
Leefstijl in de huisartsenpraktijk: wat hoort nog bij onze taak?
Tijdens een consult, telefoontje of controle komt regelmatig naar voren dat er meer speelt dan alleen de medische klacht. Denk aan roken, overgewicht, stress, schulden, eenzaamheid of andere problemen die invloed hebben op iemands gezondheid. Juist terwijl de druk op de huisartsenzorg verder toeneemt, roept dat de vraag op: wat hoort nog bij de medische basiszorg en wat kan beter worden overgelaten aan andere partijen in de wijk? Over die vraag hebben vertegenwoordigers van de zorggroepen ROHA, ROZO/Gazo, Zorg voor Zuid en de Baarsjes en SAG met Noorderzorg op stedelijk niveau o.a. nagedacht in de AHa-stuurgroep Chronische zorg en preventie. Het resultaat is een gezamenlijke visie op de rol van de eerste lijn bij chronische aandoeningen en preventie. Steven van de Vijver, huisarts in Amsterdam-Oost en lid van de stuurgroep en Susan Wiegman, medisch directeur bij ROHA en portefeuillehouder van de stuurgroep lichten de visie in een gesprek toe. Als we het hebben over preventie bij mensen met een verhoogd risico op ziekte of met een chronische aandoening heeft de huisartsenpraktijk duidelijk een rol. De zorgprogramma’s voor diabetes en hart- en vaatziekten zijn bedoeld om gezondheidsproblemen te voorkomen of erger te voorkomen. De huisartsenpraktijk zorgt daarbij voor de medische behandeling. Maar als het gaat om het begeleiden naar een gezondere leefstijl, hoeft niet alles in de praktijk zelf te gebeuren. De belangrijkste boodschap uit de visie is dat de rol van de huisartsenpraktijk vooral is om te signaleren wat er speelt, dit bespreekbaar te maken, de patiënt te motiveren en door te verwijzen naar passende hulp. Susan Wiegman: “Niet alles hoeft in de huisartsenpraktijk opgelost te worden.” Herkenbaar: steeds meer op je bord Een patiënt komt voor knieklachten, maar ondertussen speelt er ook overgewicht, stress of geldzorgen. Dan is het verleidelijk om meteen in de oplossingsmodus te schieten. Maar volgens de visie is het juist belangrijk om eerst stil te staan bij de vraag: hoort dit eigenlijk bij de medische basiszorg? “30 tot 40 procent van wat we nu doen in de huisartsenpraktijk is geen medisch inhoudelijke zorg. Willen we de zorg toegankelijk houden, dan moeten we ons richten op de medisch inhoudelijke basiszorg”, zegt Susan Wiegman. Leefstijlbegeleiding hoeft niet altijd in de huisartsenpraktijk plaats te vinden. De rol van de praktijk is vooral: signaleren, motiveren en verwijzen. Wij kunnen dit niet alleen. Een groot deel van gezondheid ligt buiten de spreekkamer. Huisarts Steven van de Vijver: “Slechts 20 procent van onze gezondheid wordt bepaald door de zorg. Gedrag, sociale en maatschappelijke factoren hebben de grootste impact. Als een patiënt wil stoppen met roken, wil afvallen of veel stress ervaart, kunnen partners in de wijk of in de stad helpen met hoe de patiënt de andere 80 procent van zijn of haar gezondheid vormgeeft. In de wijk zijn vaak al veel partijen actief die hier beter in zijn. Denk aan buurtteams, welzijnsorganisaties, leefstijlcoaches, schuldhulpverlening of stoppen-met-rokenbegeleiding. Wij kunnen het niet alleen. Dat is niet realistisch.” Wat betekent dat voor de huisartsenpraktijk? De visie gaat nadrukkelijk over het hele huisartsenteam. Dus niet alleen over de huisarts of de praktijkondersteuner. De huisarts kan signaleren en het gesprek openen. De POH kan tijdens een controle leefstijl of stress bespreekbaar maken. En ook de doktersassistent kan al het verschil maken door niet automatisch een afspraak in te plannen bij de huisarts. Susan Wiegman: “Het gaat nadrukkelijk om het gehele huisartsenteam dat zich moet afvragen: is dit wel de taak van de huisartsenzorg? Zo kan de doktersassistent die een telefoontje krijgt over een klacht ook zeggen: maakt u een afspraak met een contactpersoon van het buurtteam. Dat vraagt wel om afspraken in het team. Wanneer wordt verwezen en naar wie?” Ken de ‘verborgen schatten’ in de wijk Om goed te kunnen verwijzen, helpt het om te weten wat er in de wijk is. Welke organisaties helpen bij schulden, stress of eenzaamheid? Waar kunnen patiënten terecht voor bewegen, leefstijl of stoppen met roken? En wat speelt er eigenlijk in de populatie rondom de huisartsenpraktijk? Steven van de Vijver: “Ken je wijk als huisartsenpraktijk en weet wat er speelt. Speelt er in jouw populatie veel alcoholisme, overgewicht of geweld? Ga dan na met welke initiatieven in de wijk je dat kunt verbinden. Elke dag leer ik nog over nieuwe initiatieven in Amsterdam-Oost. Dat zijn verborgen schatten.” Juist daarom helpt het om als team de sociale kaart van de wijk in beeld te brengen. Het hoeft straks niet meer uit je hoofd Veel praktijken lopen tegen hetzelfde aan: op het moment dat je overzicht hebt van alle aanbieders in de wijk, is het alweer verouderd. Daarom werken de zorggroepen in stedelijk verband aan digitale hulpmiddelen die verwijzen makkelijker maken, zoals de Digitale voordeur of de Verborgen Schatten app; een applicatie voor bewoners in Amsterdam Zuidoost, in het bijzonder voor mensen met een lager inkomen. Het is een initiatief van het Social Pact om mensen eenvoudig de weg te wijzen naar lokale financiële regelingen, gratis activiteiten en hulpverlening Daarnaast kan ook gebruik worden gemaakt van Beter Verwijs, een initiatief van het Radboudumc. Met dit platform (webapplicatie) zijn patiënten in minder dan een minuut te koppelen aan leefstijlzorg of sociale ondersteuning in de buurt of online. Met z’n allen in deze beweging Susan Wiegman: “We zitten met z’n allen in de beweging. Ook partners, zoals ziekenhuizen zijn bezig met deze bewustwording dat zij bij leefstijl issues niet automatisch naar de huisarts verwijzen.” Een voorbeeld is stoppen met roken. In plaats van patiënten hiervoor standaard terug te verwijzen naar de huisarts, onderzoeken OLVG en Amsterdam UMC hoe zij patiënten direct kunnen verwijzen naar passende begeleiding, net als gevraagd wordt van de huisartsenpraktijken. Bij stoppen met roken in de huisartsenpraktijk gaat het om signaleren, motiveren en verwijzen. “We raden aan het Very Brief Advice Plus (VBA+) te gebruiken. Door de vraag te stellen: ‘Rookt u?’, ook als de patiënt er zelf niet over begint. Bij een ja vertel je over het belang van stoppen én verwijs je direct naar passende hulp. Een kort stopadvies, ook als de patiënt daar niet expliciet om vraagt, verdubbelt de kans op succes”, zegt Steven van de Vijver. De gedachte daarachter sluit aan bij de visie van de AHa: leefstijl wel bespreekbaar maken, maar de begeleiding zoveel mogelijk beleggen bij de partijen die daar tijd en expertise voor hebben. Zie ook de webpagina Stoppen met roken met aanbieders. Niet alles in de praktijk houden De boodschap van de visie is: blijf vooral doen waar de huisartsenpraktijk goed in is, namelijk medische basiszorg bieden. En als er meer speelt: signaleer het, bespreek het, motiveer de patiënt en verwijs door naar iemand die daar meer tijd en expertise voor heeft. Meer weten? Wil je meer weten over de rol van de eerste lijn bij chronische aandoeningen en preventie? Kijk op de webpagina Chronische zorg en preventie. Heb je vragen? Neem contact op met Emma van Dijk, ondersteuner van de AHa-stuurgroep Chronische zorg en preventie: evandijk@amsterdamsehuisartsen.nl. Lees het visiedocument: De rol van de eerste lijn bij de preventie van chronische aandoeningen. De visie is ontwikkeld door de AHa stuurgroep Chronische zorg en preventie en besproken en vastgesteld in de Algemene Leden Vergadering van de Amsterdamse Huisartsenalliantie.
Ontwikkelaars van de visie zijn: Susan Wiegman, (portefeuillehouder), Steven van de Vijver (ROHA), Monika den Hollander (ANHA), Gijs-Jan Mackay (Zorg voor Zuid en de Baarsjes), Olga Hulsman (SAG), Sanne Gieben (GAZO/ROZO), in de stuurgroep vervangen door: Iris Wichers (GAZO/ROZO).