Amsterdam UMC start pilot ‘Ziekenhuis Thuis’: klinische zorg in de thuissituatie
Amsterdam UMC start 1 december 2025 stapsgewijs met een pilot van Ziekenhuis Thuis, een nieuwe vorm van klinische zorg waarbij patiënten formeel klinisch opgenomen blijven, maar thuis verblijven. Het ziekenhuis is tijdens deze opname volledig verantwoordelijk voor de monitoring en voor het leveren van de benodigde zorg in de thuissituatie. Wanneer een patiënt instroomt in Ziekenhuis Thuis, ontvangt de huisarts zowel een overplaatsingsbericht als een telefonische melding. Zo blijft de huisarts goed op de hoogte van de status van de patiënt, ook al ligt de medische verantwoordelijkheid volledig bij het ziekenhuis. Ziekenhuis Thuis is een nieuwe manier van zorgverlening van het Amsterdam UMC en wordt door hen samen met de betrokken partners in de stad nauwlettend gemonitord en geëvalueerd. Huisartsen worden betrokken bij deze evaluatie, zodat hun ervaringen en signalen kunnen worden meegenomen in de verdere ontwikkeling. Amsterdam UMC hoort graag ervaringen en suggesties vanuit de huisartsenzorg. Feedback kan worden gestuurd naar Marian Smeulers: m.smeulers@amsterdamumc.nl.
Als onderdeel van de pilot wordt het integrale zorgproces inclusief de daarbij behorende informatieoverdracht tijdens zowel dagzorg als ANW-uren afgestemd en vastgesteld binnen de werkgroep van het Transmuraal Platform Amsterdam waarin stedelijk multidisciplinaire procesafspraken worden gemaakt. Zowel Amsterdam UMC als de Amsterdamse huisartsen zijn binnen deze groep vertegenwoordigd. Deze afstemming geeft ook praktisch invulling aan de door Amsterdam UMC, OLVG en AHa getekende intentieovereenkomst om met betrekking tot telemonitoring initiatieven in de stad nauwer samen te werken.
Tijdens de Ziekenhuis Thuis-opname wordt geen actieve rol van de huisarts verwacht. Wel is het relevant dat huisartsen weten dat een patiënt thuis klinisch opgenomen kan zijn, voor het geval de patiënt zelf contact zoekt met de praktijk. Bij vragen over een opgenomen patiënt kan de huisarts contact opnemen met de dienstdoende arts van het betreffende specialisme, zoals vermeld in het overplaatsingsbericht. Dit verloopt via de reguliere contactroutes die huisartsen gewend zijn. Tijdens de pilot wordt geëvalueerd welke informatie op welk moment met welke zorgpartner moet worden gedeeld om continuïteit van patiëntzorg te borgen.