paulien van hessen web

Afscheid van Paulien van Hessen: “Groei toe naar huisartsenzorg als branche”

25-06-2026

De huisartsenzorg staat onder druk en verandert snel. Praktijken worden groter, de zorg complexer en samenwerking steeds belangrijker. Wat vraagt dat van huisartsen en andere zorgprofessionals in de huisartsenzorg, en hoe zorg je dat iedereen kan blijven rekenen op goede zorg? Voor Paulien van Hessen stond die vraag de afgelopen jaren centraal in haar werk.

Al sinds haar start bij Stichting Amsterdamse Gezondheidscentra, elf jaar geleden, houdt zij zich bezig met samenwerken en programma’s in de huisartsenzorg. Bij haar afscheid als bestuurder van de Amsterdamse Huisartsenalliantie (AHa) blikt ze terug op wat er is opgebouwd in de stad en op wat er nog nodig is om huisartsenzorg toegankelijk te houden voor iedereen.

Paulien was actief als lid van het bestuur van de Amsterdamse Huisartsenalliantie en vervulde de rol van portefeuillehouder binnen de AHa-stuurgroepen Capaciteit, Arbeid & Toegankelijke Zorg (CATZ), Gezondheidsverschillen, inclusief het programma Krachtige basiszorg, en Ouderen en Palliatieve zorg  (inclusief het programma Beter Oud in Amsterdam). Per 25 juni is zij met pensioen.

Stedelijke samenwerking als kracht

Als Paulien van Hessen terugkijkt op wat voor haar het meest bepalend is geweest, benadrukt ze het belang van een stedelijke aanpak: “De stad weet ons inmiddels wel te vinden.” Waar het eerder zoeken was, weten ziekenhuizen, gemeente, GGZ, VVT en Sociaal Domein de alliantie nu goed te bereiken. Dat maakt het mogelijk om samen te werken in plaats van langs elkaar heen en om afspraken te maken waar huisartspraktijken ook echt iets aan hebben. “Je kunt samen kaders maken waar iedereen op terug kan vallen. Dat helpt gewoon in de praktijk.”

Veel van het werk van de Amsterdamse Huisartsenalliantie zit in het oplossen van concrete knelpunten. De AHa is een samenwerkingsverband van vier zorggroepen en fungeert als aanspreekpunt voor de huisartsenzorg in Amsterdam, waardoor er ook stedelijke afspraken gemaakt kunnen worden. Neem bijvoorbeeld praktijkhuisvesting. “In nieuwe woonwijken moet je eigenlijk vanaf het begin een huisartspraktijk hebben,” zegt ze. “Maar je begint met 500 patiënten en ontkomt er vaak niet aan meteen een grote ruimte te huren. Dat redt zo’n praktijk gewoon niet.” Het gesprek hierover is echt op gang gekomen, vooral met Zilveren Kruis.

Vernieuwing in de praktijk

Paulien van Hessen kijkt met een warm gevoel terug op het ontstaan van Huisarts+punt, een initiatief dat samen met de ziekenhuizen OLVG en BovenIJ tot stand kwam. Het idee vond zijn oorsprong bij Blauwe Zorg in Maastricht. “Met de trein zijn we daarheen gegaan in 2015, samen met collega’s uit de huisartsenzorg en de ziekenhuizen,” vertelt ze. “We dachten: we moeten toch iets met vormen van zorg tussen de eerste en tweede lijn, op een efficiënte manier.” Wat ze daar zagen, vertaalden ze naar de Amsterdamse situatie en zo ontstond Huisarts+punt. Tijdens de coronaperiode kreeg het initiatief een extra impuls door de inzet van teleconsulten. “Toen is het echt gaan vliegen.” Het concept is eenvoudig: de patiënt blijft in zorg bij de eigen huisartspraktijk, terwijl specialistische expertise snel kan worden ingeroepen. “Het is hier echt mooi neergezet, en de patiënt heeft er baat bij.”

Voor Paulien van Hessen staat één overtuiging centraal: iedereen moet toegang hebben tot huisartsenzorg. Vanuit die gedachte hebben AHa en het Achterstands Ondersteunings­­­fonds Amsterdam en Almere (AOF) het programma Zeker van Zorg opgezet. Zeker van Zorg werkt samen met de 3 gespecialiseerde aanbieders; Kruispost, Dokters van de Wereld en Dokter Valckenier. “We hebben met elkaar afgesproken dat iedere huisartspraktijk in Amsterdam één á twee patiënten per jaar opneemt” vertelt ze.

Het gaat om ongedocumenteerde en onverzekerde patiënten die vaak al in beeld zijn bij gespecialiseerde aanbieders, maar beter geholpen zijn binnen de reguliere huisartsenzorg. Volgens de betrokken organisaties wordt het inmiddels merkbaar makkelijker om deze patiënten onder te brengen. Juist doordat alle praktijken een klein deel van de verantwoordelijkheid dragen, ontstaat er een eerlijkere verdeling én krijgt deze groep patiënten daadwerkelijk toegang tot de zorg die zij nodig hebben.

Oog voor kwetsbaarheid

Binnen de AHa-stuurgroep Ouderen en Palliatieve zorg ziet Paulien van Hessen hoe belangrijk het is om zorg ook echt gezamenlijk te dragen. “We hebben op stedelijk niveau afspraken gemaakt met de wijkverpleging,” vertelt ze. “Dat geeft huisartspraktijken houvast: je weet dat die afspraken er zijn en dat je elkaar daarop kunt aanspreken.” In de praktijk gaat het nog niet altijd vanzelf, maar juist dan blijkt de waarde van die gezamenlijke afspraken.

Tegelijkertijd groeide het programma Beter Oud in Amsterdam (BOA) uit tot een stevig fundament voor de zorg aan kwetsbare ouderen.

Steeds meer praktijken werken met een POH-Ouderen en kijken proactief naar wat iemand nodig heeft. “Er wordt echt naar mensen omgezien,” zegt ze. “Klopt de medicatie nog na een ziekenhuisopname, gaat het thuis goed, is er afstemming met de wijkverpleging?” Door die integrale aanpak ontstaat er meer samenhang en continuïteit in de zorg, iets wat met de groeiende groep ouderen alleen maar belangrijker wordt.

Ook bij het programma Krachtige basiszorg ziet ze die beweging terug. Dat kreeg in Amsterdam vaart doordat huisartspraktijken zich er gezamenlijk achter schaarden. “We hebben daar als stad stevig aan getrokken,” vertelt ze. “Je ziet daarin ook veel solidariteit.” In de deelnemende praktijken wordt met het zogeheten 4D-gesprek breed gekeken naar wat er speelt in het leven van een maatschappelijk kwetsbare patiënt, niet alleen medisch, maar ook sociaal en mentaal. Dat helpt om mensen echt verder te brengen en ook zorgmijders beter te bereiken.

Tegelijkertijd spreekt ze haar zorgen uit over toenemende gezondheidsverschillen. “Ik maak me echt zorgen over kwetsbare groepen,” zegt ze. “Mensen met geld kunnen een dure vaccinatie tegen gordelroos betalen, afslankmedicatie of goede tandzorg. Mensen die dat geld niet hebben, kunnen dat niet.” Daardoor wordt steeds zichtbaarder wie rijk is en wie arm, en dreigt de kloof verder te groeien. De huisartsenzorg kan dat niet alleen oplossen, benadrukt ze, maar heeft wel degelijk een verantwoordelijkheid. “We moeten de verschillen signaleren, kenbaar maken en ons ervoor inzetten dat die verschillen niet groter worden. Juist daar ligt ook een belangrijke rol voor ons.”

Van huisarts naar huisartsenzorg

Voor Paulien van Hessen begint het al bij taal. Als iemand het heeft over “de huisarts”, corrigeert zij dat steevast naar “huisartspraktijk” of “huisartsenzorg”. Het zegt iets over hoe zij naar de ontwikkeling van de huisartsenzorg kijkt. “Vijftig jaar geleden had je een mannelijke huisarts en vaak zat zijn vrouw aan de telefoon. Dat was helemaal prima, voor die tijd,” legt ze uit. “Maar het zorglandschap is totaal veranderd.” Huisartspraktijken bedienen inmiddels grote en steeds complexere populaties, met een groeiend aantal ouderen en intensieve afstemming met het sociaal domein. In huisartspraktijken werken teams van soms wel vijftien mensen: praktijkmanagers, physician assistants, verpleegkundig specialisten, basisartsen en doktersassistenten. “Dan moet je het beroep van huisarts onderscheiden van de gehele huisartsenzorg” zegt ze. “Je hoeft als huisarts niet meer alles zelf te kunnen en te overzien, dat moet je ook niet meer willen.” Volgens haar is die beweging onvermijdelijk én nodig om de zorg toekomstbestendig te houden.

Paulien van Hessen plaatst de ontwikkeling van de huisartsenzorg in Amsterdam nadrukkelijk in het licht van samenwerking. “Dit hebben we echt met elkaar gedaan,” zegt ze, doelend op de inzet van huisartsen, praktijkteams, zorggroepen en andere partners in de stad. Tegelijkertijd spreken haar collega’s hun waardering uit voor haar jarenlange inzet en betrokkenheid. Met haar scherpe blik, verbindende kracht en vasthoudendheid heeft zij een belangrijke bijdrage geleverd aan de ontwikkeling van de huisartsenzorg in Amsterdam.

Koers houden in een druk veld

Voor de toekomst geeft ze nog een aantal duidelijke adviezen mee. “Groei meer toe naar de huisartsenzorg als branche,” zegt ze. Volgens haar helpt het om bewust na te denken over waar je als praktijk én als stad naartoe wilt in de komende vijf tot tien jaar. “Bedenk wat belangrijk is en houd koers.” In een veld vol initiatieven, tijdelijke subsidies en ad-hoc-projecten is het volgens haar essentieel om focus te bewaren. “Laat je niet te veel afleiden door alles wat langskomt. Kijk wat echt nodig is en of het past bij jouw, beter nog ónze, visie. En durf ook ‘nee’ te zeggen als iets op dat moment geen prioriteit heeft.”

Veel dank Paulien!